“Meisje, ik ben een zeeman…”
Vissen met zeventien psychiatrisch patiënten
Chic dineren met de rotary of een dagje naar de Efteling. Verwenzorg gaat de verschraling van de normale zorg tegen. Zo gingen zeventien psychiatrische patiënten een dagje vissen op de Oosterschelde en daarna onbeperkt mosselen eten.
“Nee jongen, ik ga niet vissen”, zegt psychiatrisch patiënt Frans (58). “Ik heb buikpijn en voel me misselijk. Vanmorgen voelde ik me al niet goed. Vandaag moet ik ook maar wat minder roken”, zegt hij terwijl hij bezorgd kijkt en er nog maar eentje opsteekt. “Ik heb 24 jaar op een botter gevaren. Misschien wel 25. Ik was de beste visser van Breskens. We kwamen tot aan IJmuiden, voeren ’s nachts om twaalf uur uit en bleven dan twee dagen weg. Achthonderd kilo tong vingen we dan. ’s Nachts vang je de meeste vis. Niet overdag, maar ja, leg dat deze mensen maar eens uit”, zegt hij terwijl hij wijst op zijn medebewoners en begeleiders. Frans is bewoner van 93 - 97, de afdeling langdurige behandeling van Emergis, het centrum voor geestelijke gezondheidszorg uit Kloetinge, gemeente Goes.
Eén van de begeleiders naar wie Frans wijst, is verpleegkundige Tom van den Boom (36). Hij heeft deze dag samen met een collega georganiseerd. Al ’s morgens vroeg worden de cliënten verwend met lekkere broodjes. Daarna rijdt het gezelschap met een busje naar de haven waar ‘De Zeehond’ klaarligt, een flink schip waar zo’n veertig mensen op kunnen. Voor vandaag zijn er zeventien mensen gevonden die mee willen en kunnen. Als de boot het ruime sop heeft gekozen, is er beneden in de kajuit eerst taart voor de cliënten. Er wordt dan al zoveel gerookt dat de ruimte helemaal blauw staat. “Als we paling vangen en we hangen hem hier op, is ie meteen gerookt”, zegt een van de mannen met een stalen gezicht.
Intussen zet een aantal begeleiders op het dek de hengels klaar. Wanneer de taart op is en het anker uitgegooid, komen de veertien mannen en drie vrouwen naar boven om een eerste hengelworp te doen. De meer ervaren mannen rijgen zelf de wormen aan hun haak, de vrouwen en onervaren mannen krijgen hier hulp bij. Het is inmiddels heerlijk visweer geworden. De zon schijnt loom over het water en zorgt daarmee voor een perfect ingrediënt voor een aangenaam sfeertje.
Vandaag zijn er mensen van twee psychiatrische afdelingen mee. De meesten komen van de afdeling langdurige behandeling, maar er zijn er ook vier bij van de gesloten crisisafdeling. Aanvankelijk zouden er nog vier meer meegaan, maar die besloten er op het laatste moment vanaf te zien. Volgens Van den Boom bestaat de kern van het werk binnen Emergis uit rehabilitatie. “We willen mensen op een andere manier benaderen dan vanuit de geijkte patiëntenrol. Het is de bedoeling dat we ze meer zien als mensen, waardoor we op een andere manier met ze in contact kunnen komen. Gelijkwaardiger. Veel van deze mensen hebben een ziekte die we niet kunnen genezen. Maar we kunnen ze wel leren om te gaan met die ziekte. Bovendien willen we helder krijgen waar voor hen nog de wensen liggen in het leven. Het verwennen van cliënten hoort daar overigens niet heel bewust bij. Maar dat is gewoon leuk. We doen het trouwens wel vaker. Zo gaan een paar bewoners binnenkort naar de Efteling of onder begeleiding op vakantie naar Duitsland. Maar als bewoners ’s morgens zeggen een dagje naar het strand te willen, proberen we dat gewoon te doen.” |
|
De eerste vis is gevangen. Een kleintje, maar het applaus is er niet minder om. Enthousiast roept iemand van de andere kant van het dek: ‘Kunnen we hem eten?’ Frans is nog steeds niet begonnen met vissen. “Kijk, voor mij is vissen wèrken. Ik kan niet straks naar huis gaan en niks gevangen hebben. Er moet vis mee en daarvoor moet je goed weten wat je doet. Dat werken kan ik er nu even niet bijhebben. Ik word er zenuwachtig van, liever blijf ik even van de zon genieten.”
Zielig
Aan de andere kant van het dek staan de drie vrouwen. Een van hen is helemaal niet van plan om te gaan vissen. Ze is vegetariër en vindt vissen zielig. “Maar ik hou wel van varen, dus ben ik toch maar meegegaan.” Ondertussen wordt er veel gekletst op de boot. Over waar de verschillende havens liggen, over vroeger en over de beste manier om vis naar boven te halen. Volgens een van de mannen gaat dat het beste als iedereen zijn mond houdt: “Vissen kunnen je horen. Je jaagt ze weg als er teveel geluid is.”
Vervolgens is er groot succes: aan de lijn van Ans, een van de bewoners, zitten drie vissen tegelijk. Een enorm applaus valt haar ten deel. Ze glimt van trots, maar durft de vissen niet van de haak te halen. Even later vertelt ze over hoe ze vroeger als klein meisje weleens met haar vader gevist heeft. “Er zat zo’n grote vis aan de haak dat mijn hele hengel werd weggetrokken. Zagen we de hengel zo wegdrijven. En nee, dat is geen visserslatijn”, grinnikt ze.
Plotseling worden er aan de lopende band vissen naar boven gehaald. Het wekt de nodige argwaan. ‘Ach man, je hebt die van net gewoon met haak en al teruggegooid om hem na een minuutje weer naar boven te kunnen halen. Ik zag het wel.’ De twee vrouwen die wel vissen, blijken na een paar uur het meest succesvol. Tot enig ongenoegen bij de mannen halen zij vis na vis naar boven. “Dat komt gewoon door de hormonen”, probeert een van de mannen het beginnergeluk te verklaren.
Frans begint het ondertussen steeds meer naar zijn zin te krijgen. Eerst neuriet hij het nog zachtjes, maar na een poosje zingt hij duidelijk hoorbaar voor iedereen:
‘Meisje, ik ben een zeeman
Een zeeman is heel vaak van huis
Meisje, ik ben een zeeman
't Water, 't schip is m’n thuis
Meisje…’
Herinneringen
Verpleegkundige Van den Boom ziet mensen op een dag als deze helemaal opleven. “Veel mannen hebben vroeger weleens gevist en je ziet dat ze er veel van herkennen. Ik leg ze één keer uit hoe het ook al weer moet en ze pakken de draad meteen weer op. Met het vissen komen trouwens ook de herinneringen weer boven. Dat is prachtig om te zien. En een paar anderen hebben vroeger professioneel gevist. Als je ze goed kent, dan zie je ze hier opleven en ervan genieten. Ze voelen zich helemaal in hun element op het water. En wat de vrouwen betreft: ze hebben nog nooit gevist, maar halen toevallig wel de meeste vissen naar boven. Vandaag zit vol met kleine hoogtepunten en overwinningen. Al zie je wel dat sommigen zich echt bij elkaar moeten rapen om erbij te zijn. Er liggen er nú ook weer twee te slapen op het dek.” Dat het een groot succes is, blijkt ook uit iets anders: “Vorig jaar hebben we hier ook gevist, toen moesten we mensen bijna de boot opsleuren. Nu begonnen ze maanden geleden al te vragen wanneer we weer eens zouden gaan. Ik denk dat ze al met al een prachtdag hebben hier op het water.”
Ook Frans boekt succes. Na een paar uur zonnebaden heeft hij toch maar een hengel gepakt en vist meteen het grootste exemplaar van de dag aan boord: 42 centimeter schoon aan de haak. Zegt de ene begeleider tegen de andere: “Wel mooi, dat dit nou uitgerekend Frans moet gebeuren. Al moeten we het waarschijnlijk nog jaren horen.”
Dit artikel is gepubliceerd in Bijzijn, een vakblad voor verpleegkundigen.
