Sanne Schrijver
“Als iemand in toepasbaar vormgeverschap volwassenheid weet te bereiken, dan is dat misschien wel knapper dan een ingewikkeld vormexperiment.”
Kleding zegt veel over de persoon die het draagt, maar het zegt misschien nog wel meer over de designer aan wiens geest de mode is ontsproten. Sanne Schrijver is zo’n ontwerper. Een portret van een modeontwerper aan de hand van haar kleding.
Kleding van maffialeden. Dat was in de zomer van 2006 de inspiratiebron voor de afstudeercollectie van modeontwerpster Sanne Schrijver. Maar dan wel maffiakleding voor vrouwen, zoals bijna alle vrouwenkleding van haar geïnspireerd is op mannenkleding. Zelf zegt ze dat het een spannende tegenstelling is die ze graag opzoekt. “Dat androgyne is mijn stijl. Hoe mannen zich kleden heb ik altijd interessant gevonden.”
Toch geeft de ontwerpster er altijd een nieuwe en onverwachte draai aan. Het zijn grote ideeën en stijlelementen die het eindontwerp halen, verder blijft het uiterst draagbare en vooral mooie dameskleding.
Angela Quashie is de beste vriendin van Sanne en tegelijkertijd haar assistent in tijden van grote ontwerpdrukte. Over die bewuste afstudeercollectie zegt ze: “Het was typisch Sanne. Zij zette een ander beeld neer dan anderen. Het was iets wat je nog nooit had gezien. Het leek simpel, maar het was toch heel innovatief. Eenvoud is een woord dat goed bij haar past. Klassieke basics, maar dan wel met een twist. Een mannenjasje wordt bij haar veel getailleerder zodat een vrouwenlichaam er toch goed in uitkomt. Het is knap als je bijzondere kleding toch draagbaar kunt maken.”
Oud-docent Matthijs Boelee van ArtEZ, hogeschool voor de kunsten in Arnhem: “Ze gaat uit van klassieke vormen, maar kan die gelukkig wel updaten. De bandplooibroeken en giletjes die kenmerkend zijn voor maffiakleding, zitten er allemaal in, maar binnen dat kader weet ze wel het experiment aan te gaan. Verder werkt ze met tastbare referenties: in die collectie had ze kleine, leren riempjes om de armen en nek verwerkt, duidelijke verwijzingen naar de holsters waar een gangster zijn pistool in doet.”
Androgyne kleding
Naast die eenvoud en innovativiteit is het al eerder genoemde androgyne een van de meest duidelijke elementen van haar ontwerpershandschrift. Matthijs Boelee: “Ik weet niet waar dat vandaan komt. Misschien komt het doordat ze technisch gewoon zeer sterk is, en dat intuïtief prima past bij mannenmode. Sanne is niet alleen creatief, maar ook heel goed in haar techniek. Ze beheerst het vak van kleding maken prima. En datzelfde zie je terug bij mannenkleding: omdat de beschikbare vormen maar beperkt zijn, gaat het al snel om ‘the make’. Mannenkleding is een soort wetenschapsdiscipline, als je niet precies weet waar je de zoom moet zetten, kan een ijzersterk patroon in de praktijk uitmonden in een slobberig geval.”
Vriendin Angela Quashie is het roerend eens met dat perfectionisme: “Ik ben trots dat ik voor haar mag naaien, want ze legt de lat enorm hoog. Liever blindzomen dan standaard zomen. Een schoudervulling niet stikken zoals anderen dat doen, maar altijd met de hand. Het is meer maatwerk, je kunt preciezer werken. Ze gaat altijd voor de mooie, in plaats van de makkelijke weg.” Dat geldt overigens niet alleen voor de buitenkant van de kleding, maar evenzeer voor de binnenkant ervan. “Met evenveel gemak zet ze een satijnen zoompje aan de binnenkant. Je begrijpt haar kleding als je het in je handen hebt.”
Het androgyne karakter van haar kleding is ook duidelijk terug te vinden in haar eigen kledingstijl. Matthijs Boelee: “Ze is zelf ook geen tutje op hoge hakken. Ze is behoorlijk no-nonsense.”
Die nuchtere en praktische instelling is bij Sanne Schrijver in alles terug te zien. Haar eigen kleding, haar manier van communiceren, haar manier van denken en natuurlijk in de kleding die ze ontwerpt. Boelee: “Ze is niet de meest conceptuele denker. Ze gaat uitdagingen aan, maar ze gaat ook pragmatisch met ideeën om. Het concept dat ze gebruikt zal altijd dienstbaar zijn aan het ontwerp. Soms zie je mode die eigenlijk alleen bestaat uit een ruw uitgewerkt idee. Maar Sanne begeeft zich niet op glad ijs door heel abstract te gaan denken. Ze vertilt zich niet aan ideeën en blijft daarmee trouw aan haar talenten.”
Boelee weet zich nog één beoordeling te herinneren waarin een andere docent conceptuelere en raardere kleding wilde zien. “Ik was het daar niet mee eens. Als iemand in toepasbaar vormgeverschap een zekere volwassenheid weet te bereiken, dan is dat misschien wel knapper dan een heel ingewikkeld vormexperiment. Ze bleef gewoon bij zichzelf.”
Kwaliteit
Waar Sanne Schrijver ook dicht bij zichzelf blijft, is de kwaliteit die ze graag wil bereiken. Angela Quashie: “Als je bijvoorbeeld kijkt naar de catwalkshows die ze neerzet, dan klopt alles. Ze bemoeit zich met het totaal: van de make-up en de modellen tot de muziek. Zelfs het prijskaartje is belangrijk voor als de kleding uiteindelijk verkocht wordt: bij een maffiacollectie hoort geen roze prijskaartje, maar een grijze waarop de prijs met zwarte fineliner is geschreven. Over alles is nagedacht. ”
Matthijs Boelee: “Daarnaast heeft ze een aanleg om de juiste stoffen en kleuren bij elkaar te kiezen. Ze weet wat een bepaald ontwerp aan stoffen nodig heeft. Daar heeft ze oog voor. Ik herinner me een kledingstuk uit het derde jaar waarvoor ze speciaal naar het textielmuseum in Tilburg ging om de juiste stof te halen. Dat is Sanne, uiteindelijk kwam er een heel gaaf product uit. Het is overigens een eigenschap waar doorgaans ook een gebalanceerde collectie uit voort kan komen. Ze kan lang nadenken over welk soort leer een riempje moet hebben en hoe groot die moet worden. Gewoon omdat ze daardoor het totaalbeeld beter kan overbrengen.”
Plaats in modeland
Over haar keuze om het FIA te gaan doen, verschillen de meningen. Angela Quashie: “Ze leert hier enorm haar grenzen te verleggen. Voorheen ontwierp ze zoals ze zelf is: stoer, maar toch vrouwelijk, nu leert ze de vrouwelijke kant op te gaan. Bovendien ontdekt ze haar eigen sterke en zwakke kanten. Ze ziet wat bij haar past en waar ze in de markt staat. Ik merk dat ze haar grenzen aan het verleggen is en dat het resulteert in een vrouwelijkere mode. Dat is goed voor haar.”
Matthijs Boelee: “Ik was, en ben, van mening dat ze het FIA helemaal niet nodig had om een goede ontwerper te worden. Dat is ze namelijk al. Ze heeft een neus waarmee ze goed van slecht kan onderscheiden en bovendien beschikt ze over een volwassen instelling. Ze is naar mijn mening al rijp genoeg. Ik begrijp niet waarom ze een vrouwelijkere kant op moet. Natuurlijk is het een toevoeging, maar ik kan ook de romantiek van de maffiacollectie wel inzien. Vrouwelijkheid is niet alleen borsten en een kont, het veel meer uitstraling. Marlene Dietrich droeg mannenpakken, maar wel met high heels. Als ik haar was, zou ik vertrouwen op mijn eigen intuitie.”
Volgens hem zou Sanne net zo goed aan de slag kunnen bij een goed merk. “Eerst een paar jaar onder de vleugels van een ervaren ontwerper: maak de fouten maar onder zijn paraplu, doe er ervaring op, werk aan een netwerk enzovoort. Door haar stijl van ontwerpen lijkt haar richting in modeland voor een zeker deel al bepaald. Ik denk aan een kwalitatief beter merk met mooi gemaakte kleren. Hoogstaande kleding voor een peperdure prijs. Het type less is more, waarvoor je een goed oog nodig hebt om te zien dat het kwaliteit is. Ik wil haar niet indelen bij een bepaald merk, maar ik denk dan aan bijvoorbeeld Jil Sander. Of een Italiaans merk, Armani bijvoorbeeld. Niet de laatste mode, maar wel heel mooi gemaakte kleding. Ik zou haar wel in Milaan zien werken. Natuurlijk vervagen de grenzen in een kleiner wordende wereld, maar Milaan is wel een stad waarbij ze past. In New York zou ze haar werk ook kunnen verkopen, conceptueel is ze namelijk sterker dan de meeste Amerikaanse ontwerpers en bovendien is ze een keiharde werker. Maar je moet je in de Verenigde Staten wel kunnen ontstijgen, jezelf verkopen met het schaamrood op de kaken en ik weet niet of dat past bij haar nuchtere karakter.”
