Menu  

Journalist

tel: 06-24155729

 

Schaatster Moniek Kleinsman over de combinatie tussen topsport en verpleegkunde

‘Ik wil de beste van de hele wereld worden’

Op 12 februari 2006 rijdt ze de 3000 meter op de Olympische Spelen in Turijn. Toch wil Moniek Kleinsman (23) ooit terug naar de verpleging. “Zowel het schaatsen als mijn werk in de verpleging passen zo ontzettend goed bij mij. En het mooiste is: ze versterken elkaar.”

Om haar schaatscarrière ruim baan te geven, heeft Moniek Kleinsman haar opleiding tot verpleegkundige tijdelijk even stopgezet. Ze heeft de opleiding bijna afgerond: alleen de afsluitende stage van negen maanden scheidt haar nog van een diploma. Toch wil ze die stage niet ergens tussendoor doen. “Je doet iets goed, of je doet het niet. Dat is het perfectionisme, hè? Dat komt zowel in het schaatsen als in de verpleegkunde terug.”

Op het eerste gezicht is schaatsen als topsport en het verpleegkundige beroep misschien niet zo’n heel logische combinatie. Moniek Kleinsman: “Dat klopt, topsport is een heel egoïstische bezigheid. Als ik op het ijs sta, moet en zal ik van mijn tegenstandster winnen. In de verpleging is het juist andersom. Toch passen die twee kanten heel goed bij mij.” Ook op lichamelijk gebied is er een overeenkomst: “Als sporter ben ik bezig mezelf in topconditie te brengen. Ik let op mijn lichaam, op mijn eten. Dat lijkt op de verpleging. Het klopt dat ik er veel voor moet laten, maar het gevoel als ik win is zo ontzettend gaaf!”

Moniek Kleinsman woont in een hotel annex verzorgingshuis in Wolvega. “Als ik tijd heb, breng ik daar graag een paar mensen naar bed. Of ik help ’s morgens eventjes in de verzorging. Ik vind het belangrijk om contact te houden met het vak dat ik gekozen heb, al staat het schaatsen nu bovenaan. Bovendien vind ik het fijn om iets extra’s voor mensen te kunnen doen. Het is niet moeilijk om een hand vast te houden of een kussen even op te schikken, maar je kunt mensen daar zo’n goed gevoel mee geven! Dat is ook wat ik later in de verpleging wil: mensen een goed gevoel geven met wat kleine extra moeite.”

Van jongs af aan is het voor de schaatster al duidelijk dat ze de zorg in gaat. “Ik kom van de boerderij en ik zorgde vaak na schooltijd al. Als er een lammetje bijgevoerd moest worden, zat ik met een fles in de hand.” Ze koos dan ook voor de opleiding tot verpleegkundige aan de Saxion Hogeschool in Enschede. Vooral de praktijk vindt ze razend interessant: “Daar leer je uiteindelijk toch het meeste van.” Van begin af aan maakt Moniek Kleinsman gebruik van de topsportregeling. “Ik mag langer over mijn studie doen en er wordt rekening gehouden met de sport. Als een wedstrijd samenviel met een tentamen, mocht ik dat tentamen op een ander moment maken. Zonder het begrip van de leraren en medestudenten was het erg moeilijk geweest.”

Medaille

De verpleegkunde en topsport zijn voor Moniek Kleinsman twee kanten van dezelfde medaille: “Ze versterken elkaar. Door mijn werk in de zorg geniet ik meer van de sport. Als je al die mensen ziet met slechte kleren, kwakkelende gezondheid en weinig contacten, leer je vanzelf wel te relativeren. Ik ben me er beter van bewust dat ik heel veel geluk heb dat ik op dit niveau mag schaatsen.” En andersom heeft ze van het schaatsen het harde werken de verpleging mee ingenomen: “Dat is het perfectionisme, alles moet kloppen. Als je iemands sokken verkeerd om aandoet, is dat gewoon slordig. Iemand voelt zich dan niet serieus genomen.” Dat perfectionisme blijkt ook uit haar ambities: “Ik wil de beste van de hele wereld worden. En in de verpleging? Ik zou wel naar een ontwikkelingsland willen…of geneeskunde gaan studeren.”

Dit artikel is gepubliceerd in Bijzijn, een vakblad voor verpleegkundigen.