Dit essay is de epiloog van mijn afstudeeropdracht. Het gehele werk ging over de opbrengsten van de jaren zestig op drie gebieden. Voor mijn gehele afstudeerwerk stuurt u me een e-mail.
De macht van het beeld - Epiloog
“No epilogue, I pray you, for your play needs no excuse”, zegt Theseus in A Midsummer Night's Dream van William Shakespeare. Maar epilogen worden niet alleen geschreven om de auteur in te dekken tegen kritiek. Het kan ook de bedoeling zijn om de grenzen aan te geven van het vooraf geschrevene. En dat is hier precies de bedoeling. Want de vrijheid en emancipatie van de jaren zestig worden steeds vaker ingeperkt door het gemak waarmee simplificerende beelden de werkelijkheid verdringen. Mensen kunnen en mogen daardoor niet meer volledig zijn wie ze willen zijn, en dat geldt wel in het bijzonder voor de draagster van de hoofddoek. Misschien hebben de veelbesproken ‘sixties’ wel hun einde gevonden bij het debat over de moslima en haar onbegrepen sluier.
Nee, ik ben niet bekrompen, maar ja, ik fronste wel even toen aan de balie van mijn apotheek een vrouw met hoofddoek verscheen. In een halve seconde flitsen er toch wat gedachten door je hoofd. Want hoe kan iemand die zo onderdrukt wordt door haar vader, man en broers toch zulk belangrijk en verantwoordelijk werk doen? Gelukkig gedragen vooroordelen -voor mensen met zelfreflectie- zich net als een boemerang: ze komen net zo hard weer terug en vaak een stuk onaangenamer.
Maar toch… de kranten staan bol van de discussies over boerka’s, sluiers en hoofddoeken. En niet voor niets, laten we eerlijk zijn. Vele miljoenen vrouwen in het Midden-Oosten komen hun huizen niet uit zonder zich te moeten hullen in grote, zwarte doeken die hen onherkenbaar maken. Buitenshuis hebben ze niets te vertellen en hebben ze geen enkele status. In Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet autorijden omdat de sluiers hen het zicht belemmeren. En in Iran mogen vrouwen alleen totaal gesluierd op een pasfoto staan. Ook dichter bij huis is sprake van mensonterende vrouwenonderdrukking. Zo zijn er Parijse voorsteden waar vrouwen zwaar mishandeld zijn omdat ze geen hoofddoek droegen. En de bijdrage van iemand als Ayaan Hirsi Ali is dat nu duidelijk is dat ook sommige moslima´s in Nederland een afschuwelijk want onderdrukt leven leiden.
Het imago van iemand met hoofddoek is vrij divers: vroom, oprecht, kuis, bescheiden, gehoorzaam, respectabel, stoer, trots en een voorbeeld voor andere vrouwen. Maar ook: onderdrukt, ouderwets, traditioneel, orthodox, dom, niet-westers, niet-objectief, slachtoffer, niet-loyaal en ongeëmancipeerd.
Symbool voor iets anders
En zoals wel vaker wordt de discussie niet meer gevoerd over de werkelijke problemen, maar over symbolen. Want het lapje stof staat symbool voor alle onderdrukte moslima’s op aarde. En op zich is er niets mis met dat soort stereotypes, ze bevatten een kern van waarheid en bovendien helpen ze ons de wereld beter te begrijpen. Gelukkig zit de echte wereld een stuk complexer in elkaar dan dat ene oppervlakkige beeld doet vermoeden.
Toch is het beeld van de hoofddoek wel degelijk gebaseerd op de werkelijkheid. Volgens goed islamitisch gebruik dient de vrouw zich namelijk te sluieren om zo de man niet te verleiden. Die zou zijn lusten niet kunnen bedwingen bij het zien van haar schoonheid. De weerstand komt uit verschillende hoeken. Van feministen bijvoorbeeld, Ciska Dresselhuys vindt de hoofddoek een symbool van ongelijkheid: “Via dit kledingstuk wordt de vrouw verantwoordelijk gesteld voor het seksleven van de man: door zich onaantrekkelijker te maken moet zij ervoor zorgen dat hij zich kan beheersen.” Maar ook uit rechtse hoek komen bezwaren: daar wordt de hoofddoek gezien als een teken van desintegratie in de Nederlandse samenleving. Omdat de helft van de Nederlanders inmiddels aangeeft een negatief beeld van moslims te hebben, lijkt het erop dat de hoofddoek ook wordt gebruikt door mensen die eenvoudigweg tegen de islam zijn, en dus ook tegen de duidelijkst zichtbare representant ervan.
De laatste jaren ervaren Nederlanders bovendien problemen met niqaabs (die het hele lichaam bedekken maar een kleine spleet rond de ogen vrij laten) en boerka’s (die voor de ogen ook nog eens een gaasje hebben). In feite zijn de kledingstukken ver doorgevoerde versies van het concept hoofddoek, want het beoogde doel is hetzelfde. De bezwaren zijn drieërlei. De eerste betreft wederom de onderdrukking. Publicist Will Tinnemans schreef: “Nooit was ik me er sterker van bewust dat het waarnemen van gelaatstrekken van zo wezenlijk belang is tijdens een conversatie. Door het gelaat onzichtbaar, onherkenbaar te maken, vervalt een deel van het mens-zijn.” Actrice en schrijfster Nazmiye Oral gaat nog verder: “Een boerka is niet vrouwonvriendelijk, het gewaad is mensonvriendelijk. De vrouw die erin rondloopt, wordt door het verschuilen van haar kenmerken ‘ontmenselijkt’.” Daarnaast zijn de gewaden een hindernis voor integratie en het meedoen in de maatschappij. Oud-minister Verdonk zei het ‘een symbool van tweedeling of gescheiden werelden’ te vinden, juist omdat het participatie en open communicatie in de weg staan. Ten slotte is er het bezwaar van de nationale veiligheid: je weet immers nooit wie er onder de boerka zit. Volgens politicus Geert Wilders heeft cameratoezicht geen effect als iemand zich bedekt. Omdat de boerka in de media mythische proporties heeft aangenomen, maar het in de praktijk gaat om slechts een handvol vrouwen, beperk ik me hier tot de ‘eenvoudige’ hoofddoek.
Dat is trouwens al een hele kluif. Stel dat een gerenommeerd, internationaal marketingbureau gevraagd zou worden om de hoofddoek op een prettige manier in de markt te zetten, dan zou het er na het nodige onderzoek achterkomen dat er aan het product zelf niet zoveel ontbreekt, maar dat het vooral de beroerde beeldvorming is die verbetering behoeft. Men zou drie grote misverstanden uit de wereld moeten helpen.
Religieus kledingstuk
Het eerste misverstand is dat de hoofddoek een islamitisch en dus religieus kledingstuk is. In de eerste en belangrijkste plaats dient de hoofddoek vooral een praktische zaak. De eerste exemplaren dateren namelijk al van duizenden jaren geleden, in een periode lang voordat er ook nog maar zoiets bestond als christendom of islam. Mannen en vrouwen op de hele wereld droegen doeken op het hoofd als bescherming tegen de elementen. En nog steeds is dat een belangrijke reden. Bij vijftig graden zon is een hoofddoek best handig, evenals –zoals bij ons- bij regen en gure oostenwind. Evenveel mannen als vrouwen dragen om deze reden een stuk textiel op het hoofd. Maar in de geschiedenis zijn er vaker perioden geweest waarin de hoofddoek een puur praktisch motief diende. Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld. Door de schaarste waren zelfs eenvoudige gebruiksartikelen op de bon. Niet alleen etenswaren, maar ook zeep en shampoo waren moeilijk aan te komen. Als de lange haren van de vrouwen er na een tijdje niet meer uitzagen, bood bedekkend stof uitkomst. Bijkomend voordeel was dat de vrouwen de fabrieksarbeiders –die aan het front vochten- vervingen en het textiel voor extra veiligheid tussen de machines zorgde. Ook tijdens het schoonmaken is de hoofddoek onmisbaar: in Nederlandse damesbladen werden schoonmakende huisvrouwen tot ver in de jaren vijftig met doekjes om het hoofd afgebeeld. Voor mensen uit verre en exotische oorden kan de reden voor een –uitbundige- hoofddoek liggen in het feit dat toeristen zò graag met je op de foto willen, dat ze er geld voor over hebben.
Toch wordt de hoofddoek wereldwijd vooral gebruikt om niet-praktische redenen. Mensen drukken er hun identiteit mee uit, net als met vrijwel alle andere kledingstukken. In India bijvoorbeeld laat je zien uit welke kaste je afkomstig bent. In de Franse hoftijd bepaalde het aantal veren in je hoofddoek mede je plaats in de hiërarchie. Verder kun je er armoede of rijkdom mee aangeven, je politieke voorkeur (denk aan de Palestina-shawl van Yasser Arafat) het land, de regio of het dorp waar je vandaan komt en zelfs tot welke stam of subgroep je behoort. In de Verenigde Staten dwepen groepen zwarten sinds de Black Power Movement van de jaren zestig met de etnische doek: de bandanna doet je gemeen lijken en geeft je zo een stoer imago. Daarnaast kan een -speciale- hoofddoek een belangrijk moment in iemands leven opluisteren: de hoofddoek of de sluier kan een mooi gebruiksvoorwerp zijn tijdens de overgangsrite. Wie kent niet de witte bruid die de sluier pas naar achteren slaat als het huwelijk is voltrokken en de beelden van Jackie Kennedy die met een zwarte sluier aangaf in diepe rouw te zijn om de dood van haar man? Ten slotte kan het dragen ervan een waar fashion statement zijn. Tot in de jaren dertig en veertig tooien Franse dames zich met zijden foulards. Paul Poiret gebruikte het accessoire veelvuldig in zijn Oriental Look en tooide zich zelf soms ook met tulband.
Maar niet te ontkennen valt dat de religieuze hoofddoek inderdaad een speciale plaats inneemt bij de symbolische hoofddoek. Vaak gebruikten beginnende religies lokale tradities –zoals de hoofddoek- zodat mensen de religie makkelijker tot zich namen. In de Bijbel bijvoorbeeld staat niets over een hoofddoek, maar al in de eerste eeuwen van het christendom droegen vrouwen deze kleding om hun religiositeit aan te geven. Paus Liberius schijnt het stukje textiel hoogstpersoonlijk aan de nonnen van Rome te hebben gegeven. Hetzelfde geldt voor de islam. Vooral in het noorden van Afrika en het Midden-Oosten wordt de hoofddoek frequent gedragen, hoofdzakelijk door vrouwen. Sommigen menen dat de verplichting met zoveel woorden in de Koran staat (bijvoorbeeld: “O Profeet, zeg tegen uw vrouwen en uw dochters, dat zij hun omslagdoeken om zich heen doen, zodat zij gekend worden en niet lastig worden gevallen. En God is vergevend en barmhartig”), anderen zeggen dat het tradities zijn die er later zijn bijbedacht. Zo zien velen het gegeven dat vrouwen van de profeet Mohammed gesluierd naar buiten gingen als oorsprong van de hoofddoek. Nog steeds wordt zelfs onder gematigde moslims de hoofddoek gezien als een religieuze plicht, dan wel sterk aanbevelenswaardig. Toch dragen, en dat is opvallend gezien ons beeld van de islam, wereldwijd meer moslima’s geen hoofddoek dan wel.
Degene die zodoende beweert dat de hoofddoek een islamitisch symbool is, heeft dan wel gelijk, maar is ook gruwelijk onvolledig.
Vrouwenonderdrukking
Een tweede misvatting die het reclamebureau zou moeten rechtzetten, is de gedachte dat de hoofddoek vrouwen onderdrukt. Vrouwen worden namelijk onderdrukt in alle delen van de wereld, in gebieden waar mensen zichzelf islamiet, christen, jood, boeddhist, agnost en wat al niet meer noemt. Er zijn islamitische gebieden waar vrouwen heel wat beter af zijn dan in a-religieuze of christelijke delen van de wereld. Het probleem is dus cultureel van aard, niet religieus. Patriarchale samenlevingen zijn vaak de plekken waar de rechten van vrouwen worden geschonden, maar die komen overal voor. Om het boud te stellen: moslimmannen hebben die religie helemaal niet nodig om hun vrouwen te onderdrukken. En wie kijkt naar de Nederlandse situatie ziet helemaal dat de bewering onzinnig is. Want waarom dragen moslima’s een hoofddoek? Om dezelfde reden als waarom Nederlandse vrouwen een rok dragen: gewoon omdat het lekker zit (ondanks dat het in Staphorst een symbool van je godvrezendheid is). Wel is het zo dat de motieven om een hoofddoek te dragen onder migrantenvrouwen langzaam veranderen.
De eerste generatie doet het vooral (driekwart) uit traditie en soms uit religieuze overwegingen. Om te beginnen met de traditie: veel vrouwen zijn er in het land van herkomst mee opgegroeid. Het is normaal dat je er een draagt, en wie op reis gaat, verandert nu eenmaal niet van referentiekader. Moslima Naema Tahir schrijft in haar boek Een moslima ontsluiert: “Migratie is wreed. Het maakt dat je voor altijd nergens meer bij hoort. Je hele leven lang ben je noch hier, noch daar, en dat vanwege een simpele reis naar het buitenland: een enkeltje ontworteling.” Zo heet zal de soep niet bij iedereen gegeten worden, maar uit onderzoek blijkt wel dat mensen er gemiddeld drie generaties over doen zich thuis te voelen in een nieuw land. Het is dan ook niet verwonderlijk dat migranten graag vasthouden aan oude tradities en symbolen. De keuze tussen wij of zij (in dit geval: wel of geen hoofddoek) kan en mag ze daarom niet voorgelegd worden in deze overgangsfase. De kostbaarste bagage van vreemdelingen is hun anders-zijn. Voor sommigen zorgt het dragen van de hoofddoek ervoor dat de overgang naar het moderne bestaan minder problematisch wordt. Ze sluiten zich aan bij de westerse wereld, maar dan wel onder hun eigen voorwaarden. Hoe moeilijk die overgang kan zijn laten Nederlandse vrouwen zien die zich tot voor kort hulden in klederdracht. Het afleggen van de dracht heeft voor veel vrouwen gelijk gestaan aan een verraad aan vroeger. Aan het verbreken van de relatie met hun moeder bijvoorbeeld. Van hen komen uitspraken als “In burger voel ik me zo leeg” en “De zon moet eerst in een andere hoek opkomen voor ik die burgerkleren aan doe.”
Voor de eerste generatie migranten is de reden in een kwart van de gevallen religiositeit. Toch is de bandbreedte van dat begrip vrij groot: enerzijds zijn er de streng gelovige vrouwen die de hoofddoek als bewijs van hun onderwerping aan Allah zien, anderen willen vooral door buitenstaanders (moslims en niet-moslims) gezien worden als moslima. Qua uiterlijk is het het verschil tussen de lange zwarte gewaden en het kekke, fleurige hoofddoekje. Uit onderzoek van Forum blijkt dat de ontkerkelijking onder moslims de laatste jaren heeft ingezet, maar dat veel moslims toch blijven vasthouden aan hun geloof. Daarin lijken ze dus steeds vaker op autochtone Nederlanders waar geloven eindigt bij de voordeur. Dat zich dat ook uit in het hoofddoekgebruik is niet meer dan logisch: waar het overgrote merendeel van de vrouwen van de eerste generatie nog een hoofddoek droeg, daar is dat bij de jongeren nog maar een minderheid.
Wat betreft de tweede generatie liggen de kaarten echt anders. Jonge meisjes en vrouwen die een hoofddoek dragen, gebruiken hem vooral als een ‘identity marker’. Nederlandse jongeren –allochtoon of autochtoon- zijn continu bezig om een unieke identiteit te creëren. Daarbij wil je een aantal dingen aan de buitenwereld communiceren: je bent bijvoorbeeld vrouw, Amsterdamse, Nederlandse van Turkse origine, moslima, westers georiënteerd, goed opgeleid, geïnteresseerd in hiphop en volleybal etcetera. Voor elke deelidentiteit zoeken jongeren symbolen en beelden. En de meest in het oog springende manier om te laten zien dat je een andere afkomst hebt, is door het dragen van een hoofddoek. Het is niet meer dan normaal dat jongeren bij hun identiteitsvorming ook putten uit het buitenlandse beeldenvocabulaire van hun ouders. Voor veel vrouwen is het een teken van zelfbewustheid en trots, ze laten ermee zien dat ze doen wat zij willen, los van wat anderen ervan vinden. Deze jongeren kunnen beschouwd worden als eerstelingen in de ontwikkeling naar een liberale euro-islam.
Maar de tegenbeweging is ook te zien: Er zijn aanwijzingen dat een aantal vrouwen de hoofddoek juist draagt als politiek getint protest tegen de Nederlandse samenleving. Ze voelen zich na de moorden op Pim Fotruyn en Theo van Gogh sterk in het defensief geduwd omdat de islam ter discussie staat en er ongenuanceerde en onfrisse dingen gezegd worden over het geloof. Ze voelen zich afgewezen en gediscrimineerd en de hoofddoek helpt jonge vrouwen om op zoek te gaan naar zichzelf. De hoofddoek is dan de inzet van de moslima in een uiterst geraffineerd machtsspel. Hoe meer heisa erover gemaakt wordt, hoe aantrekkelijker het is. Overigens past dat in een internationale trend: er zijn aanwijzingen dat jongeren steeds vaker om strikt religieuze redenen de hoofddoek dragen: motieven zouden liggen in de internationale opleving van de Islam sinds de Iraanse revolutie van 1979 en de institutionalisering van de islam in Nederland, waardoor de godsdienst toegankelijker is en een steeds belangrijkere plaats inneemt.
Op de website mijnsluierenik.nl geeft Siham Taybi haar motivatie: “De hijab heeft voor mij meerdere betekenissen. Zo zie ik de hijab als een vorm van emancipatie. Je rukt je los van de massa en maakt bewust je eigen keuze. Is dat geen geweldige emancipatie denk ik dan? Verder is de hijab ook een soort boodschap aan de maatschappij. We hoeven er namelijk niet allemaal hetzelfde uit te zien of op dezelfde manier te denken.”
Onderdrukking –bijvoorbeeld om de hoofddoek te dragen- heeft meerdere gezichten, maar het gezicht van absolute dwang zoals in Afghanistan of Syrië, is in Nederland niet te zien. Liefdevolle dwang (“Je bent zo mooi als je een hoofddoek draagt”) komt wel voor. Ik weet niet waarom, maar zouden we van de hoofddoek afwillen, dan zijn het bevorderen van mondigheid en bewustwording onder vrouwen wellicht effectievere methoden dan heel hard roepen dat het een symbool is van een achterlijke cultuur. Maak onze waarden verleidelijk, niet die van hen belachelijk.
Vanuit de mode
Toch is er een probleem: als autochtonen collectief denken dat de hoofddoek een symbool van islamitische vrouwenonderdrukking is, terwijl dat in het echt maar nauwelijks het geval is, dan bestaat er een gapend verschil tussen beeld en werkelijkheid. Bovendien roept het de vraag op door wie de inhoudelijke betekenis van de hoofddoek eigenlijk bepaald wordt. De Noorse filosoof Lars Svendsen geeft een interessant kader voor beantwoording van die vraag.
Als eerste noemt hij de mogelijkheid dat een kledingstuk al de definitieve betekenis heeft gekregen wanneer de consument het aanschaft. Toch is dat niet helemaal waar. Concentreren we ons even op de hoofddoek, dan maakt het in bijvoorbeeld Afghanistan een wereld van verschil door een piepklein stukje haar onder het stof vandaan te laten komen. Een ruzie met haar man kan uitgevochten worden door de hoofddoek te blijven dragen binnen de vier muren van het huis. Ook in Nederland is de dracht van de doek even rijk als de beoogde non-verbale boodschap. De betekenis van kleren wisselt van context tot context, wat niet het geval zou zijn als die al was bepaald door de ontwerper of het kledingstuk zelf. Een alternatief zou zijn dat de consument bepaalt wat de betekenis is. Maar zo eenvoudig ligt het ook weer niet. De moslima kan wel zeggen dat de hoofddoek alles behalve vrouwenonderdrukking betekent, maar dat doet het natuurlijk –gedeeltelijk- wel degelijk. Maar het is ten slotte ook niet de gemeenschap die de betekenis bepaalt. Als een –misschien wel bekeerde autochtone- moslima verklaart de hoofddoek uit eigen beweging en zelfstandig te hebben omgedaan om uiting te geven aan haar devotie, wie zijn wij dan om haar te verdenken van het tegendeel? Dwang is niet uitgesloten, maar vrijwilligheid bestaat ook.
Het lijkt er dus op dat de hoofddoek geen absolute en vastgelegde betekenissen heeft, maar dat de waarde kan wisselen naar context. De betekenis wordt niet arbitrair door één partij, maar sociaal bepaald: in symbolische onderhandelingen tussen diverse partijen. Toch zou het handig zijn als het rijke arsenaal aan betekenissen ook een gedeelde grammatica heeft om die te kunnen ontleden. Zo maakt het een wereld van verschil of iemand een zwarte of een gekleurde hoofddoek draagt. Of eentje met print natuurlijk. Van zijde, katoen, gaas, abaca of iets anders. Verder maakt de grootte, de vorm van de doek en de manier van dragen en knopen (onder de kin, achter het hoofd, boven op het hoofd, naast het hoofd, met of zonder speld) veel uit. Ten slotte kan de doek ook nog versierd worden met wollen bolletjes, kralen, muntjes, ringen, gouden kettingen en al wat voorhanden is.
Een mooi voorbeeld van wisselende betekenissen vinden we op de Parijse catwalk. Yves Saint Laurent ontwerpt in 1971 een collectie waarin hoofddoeken zijn opgenomen. Omdat veel vrouwen zich hun hoofddoeken uit de oorlog nog herinnerden, werd de collectie weggezet als een ‘tour de force of bad taste’. Maar toen Jean Paul Gaultier twintig jaar daarná hoofddoeken op de catwalk liet zien, werd hij geroemd om zijn brede blik op de wereld. ’S werelds invloedrijkste modejournaliste Suzy Menkes schreef toen: “Turbans do a wonderful job of framing the face (…) and I’m always interested how Jean Paul Gaultier carries out his ideas.”
Het probleem is dat de verwijzingen zo ingewikkeld zijn geworden, dat ze bijna niet meer te ontleden zijn. Wat betekent bijvoorbeeld een hoofddoek met daarboven een stoere Amerikaanse baseballcap? Wie het weet mag het zeggen.
Modetheoreticus Ted Polhemus verwoordde de complexiteit van motieven mooi in een van de noten van zijn essay Wat trekken we aan in de global village? “In de hele geschiedenis van de mensheid heeft het uiterlijk altijd als essentieel communicatiemiddel gediend: het is altijd een ‘statement’ geweest. Wat nu anders is, is dat zulke ‘modestatements’ veel persoonlijker constructies zijn van individuele consumenten en dat deze visuele boodschappen vroeger weliswaar relatief eenduidig waren (‘ik ben aristocraat’, ‘ik ben het hoofd van deze stam’) ze nu vaak buitengewoon complexe symbolen zijn geworden van iemands levenshouding, geloof, filosofie, smaak en dromen.”
Een hoofddoek is lelijk
Het derde misverstand dat de marketingjongens en –meiden zullen moeten ontkrachten is dat je er in een hoofddoek onsexy en lelijk uitziet. Het is waar dat de eerste generatie migranten er niet erg spannend uitzag met haar wijdvallende, zwarte hoofddoeken en dito kleding. Maar de laatste tijd gebeuren er op straat leuke en vreemde dingen.
Zo is de groep liberale moslima´s zich veel modieuzer gaan kleden. Het begon een jaar of tien geleden met een paar moslima´s die zich plotseling hulden in strakke kleding. De mode werd steeds meer lichaamsvolgend zodat de contouren van het vrouwenlichaam goed zichtbaar werden. Ook de hoofddoek veranderde. De meiden experimenteerden vooral met kleur, maar ook met stof en model van de hoofddoek. Traditionele kleding werd geraffineerd gecombineerd met westerse mode, tot en met de Pornstar-t-shirtjes aan toe. Over het belang van de hoofddoek schreef een van hen op een website: “Het grappige is dat als een meisje een roze hoofddoek kiest, dat de rest van de outfit helemaal aangepast wordt op die hoofddoek”. Ook de populaire trend van rok-over-broek schijnt voor een belangrijk deel afkomstig te zijn van jonge moslima’s.
Jongeren daarentegen die de conservatievere stroming van de islam aanhangen, zijn zich beduidend bedekkender gaan kleden. Zij hebben de hijab geïntroduceerd in Nederland: een hoofddoek die veel meer bedekt dan alleen het haar, maar nog niet zo groot is als een boerka. En waar de westers-georiënteerde meiden aansluiting kunnen vinden bij de gangbare mode, daar worden voor deze moslima’s nieuwe kledingstukken ontworpen. Jaren geleden was er al de sporthoofddoek en sinds kort is er de boerkini, waarmee gezwommen kan worden in nagenoeg geheel bedekkende kleding.
Feit is dat er duidelijke veranderingen zichtbaar zijn aan de kleding in het algemeen en de hoofddoek in het bijzonder. En die beweging past naadloos in een wereldwijde trend. “Islamitische kleding is altijd heel rijk geweest in ontwerp, kleur en afwerking. Ergens is dat verloren gegaan en nu probeer ik het weer tot leven te wekken”, zegt modeontwerpster Sarah Binhejaila in de International Herald Tribune. Ze richtte haar eigen label Niyaah op omdat ze het vervelend vond steeds islamitische dingen over westerse kleding aan te moeten trekken. Eén goed ontwerp zou veel makkelijker zijn.
Daarbij speelt mee dat er steeds meer internationale aandacht is voor islamitische mode. Zo worden er in landen als Afghanistan en Iran weer modeshows gegeven. En in de westerse wereld ontstaan websites als muslimgirlworld.com die de jonge moslima inspireren er niet alleen vroom, maar ook leuk uit te zien. Op zich is dat niet gek, want de moslim wordt steeds vaker gezien als kapitaalkrachtige consument. De wereld van halal voedsel groeit als kool, barbies worden aangepast voor de Arabische wereld en Europese modehuizen als Chanel geven licenties af voor hun logo op hoofddoeken. Als het gaat om islamitische mode, dan wordt de wereldwijde markt geschat op meer dan honderd miljard dollar. Op dit moment wordt daar slechts een fractie van bediend.
In de toekomst gaat het er om dat er een nieuwe vormentaal ontstaat waarin oost en west met elkaar kennismaken. Raja Rezza Shah, de organisator van een aantal modefestivals, zei dat mooi in dezelfde Franse krant: “Ontdek de schoonheid van bedekking. Moslima’s willen zich graag verhullend kleden op een manier die toch nog klopt met de cultuur waarin ze leven. Als dat een niet-islamitisch land is, gaat het erom dat ze hun achtergrond niet willen verbergen, maar er ook niet compleet buiten willen vallen. Het is een moeilijk spel, maar als je de regels kent, then the sky’s the limit!”
De macht van simpele plaatjes
En toch. Drie misverstanden en drie bronnen van onbegrip waardoor moslima’s nog altijd worden gereduceerd tot een enkel lapje stof. In het boek Moslima's: emancipatie achter de dijken wordt hoofd-politieinspectrice Melda Müjde er zelfs boos om: “Ik vind het echt erg als zo’n meid te horen krijgt dat de hoofddoek is omdat mannen zich niet kunnen inhouden als ze haar haren zien. Doe niet zo simpel! (…) Om anno nu met zoveel feitenkennis zoiets doms vol te houden, maakt me gek.”
Feit is dat er dagelijks in Nederland gepraat wordt over het ‘probleem van de hoofddoekjes’ en het dus de vraag is waar dat hardnekkige idee toch vandaan komt. In het boek Grenzeloos nieuwsgierig zegt Oussama Cherribi: “Als we ons de vraag stellen of een hoofddoekje (…) wel kan, zo merkte de Franse socioloog Pierre Bourdieu op, moeten we tegelijkertijd een andere vraag stellen: horen er wel Noord-Afrikaanse immigranten in Frankrijk?”
Helaas is dat wel een begin van het antwoord. We leven in een samenleving die zich kenmerkt door xenofobie, licht racisme en weinig tolerantie. Misschien ook schrikken we van openlijke geloofsuitingen in een land waar we ons zo laten voorstaan op secularisme. Mensen die het meest te hoop lopen tegen de hoofddoek bedienen zich van het feminisme om de islam als inferieur af te schilderen. Niet dat we iets tegen moslims hebben, maar ze mishandelen hun vrouwen: dan zijn het wel slechte mensen. De enige goede migrant is een geassimileerde.
Dat de ideeën zo breed leven, komt door stereotypering. Dat fenomeen is al door veel wetenschappers geprobeerd te verklaren. Velen menen dat de mens in zijn leven agressie opbouwt die men richt op een zondebok. Het liefst een zondebok die ruim voorhanden en duidelijk herkenbaar is. Stereotypes dienen als rechtvaardiging voor het agressieve gedrag ten opzichte van de buitenstaanders. Bovendien houdt het de wereld overzichtelijk en makkelijk begrijpbaar. Maar mensen zien niet meer dat het projecties zijn in plaats van werkelijke beelden.
Toch zijn er ook mensen die een hoopvollere benadering dan deze laatste theorie kiezen. Zij gaan ervan uit dat stereotypen voortkomen uit onwetendheid, onbegrip en misvattingen. Een manier om tegen deze stereotypes in het geweer te komen is door mensen voldoende informatie te geven die de stereotypen en onjuiste beelden wegneemt.
Het beeld is machtig geworden in onze plaatjescultuur; zowel het beeld van de hoofddoek als het collectieve beeld van vrouwenonderdrukking dat we ervan hebben. Maar beelden zijn ook oppervlakkig, ze kunnen mensen onterecht reduceren tot een enkel lapje stof zonder verdere nuances. Daarmee perken ze de zwaarbevochten vrijheid van de jaren zestig –waarin we mochten zijn wie we wilden zijn en we ons mochten kleden zoals we ons wilden kleden- onnodig in. Wie mensen ziet als individuen in plaats van als representant van een groep, weet dat niet alle vrouwen die een hoofddoek dragen streng islamitisch zijn en niet alle mannen die een westers pak dragen hun geloof hebben verloren
Voor een beter begrip is het nodig om continu het gesprek aan te gaan en naast de eendimensionaliteit en oppervlakkigheid van het beeld ook altijd de complexiteit, verdieping en rijkdom van het woord te plaatsen.
